Schoolgids 2019/2020

12. Schoolregels (leefregels)

Eijkhagen is niet alleen een dynamisch ‘leerhuis’, maar zeker ook een ‘leefhuis’ voor leerlingen en medewerkers. Daarom gelden er op onze school enkele spelregels, die ervoor moeten zorgen dat iedereen zich binnen dat leer- en leefhuis veilig en prettig kan voelen.

Alle regels hebben een raakvlak met de hoofdregel van onze school: we gaan met respect met elkaar om

Daarvan zijn ook de drie algemene leefregels afgeleid, die voor onze schoolgemeenschap gelden:

  • We zijn tolerant en hebben respect voor de ander. We pesten niet en accepteren dat iedereen anders, maar gelijkwaardig is
  • We helpen elkaar. We zijn medeverantwoordelijk voor het welbevinden van onszelf en de ander
  • We zijn verantwoordelijkheid voor ons gedrag en de gevolgen daarvan

De medewerkers van de school waken met veel professionele en ook emotionele betrokkenheid over het welzijn van hun leerlingen. De school hoopt zeer in deze betrokkenheid door de ouders en verzorgers te worden ondersteund. Wij gaan er dan ook nadrukkelijk van uit dat u met de aanmelding van uw kind de binnen onze gemeenschap geldende regels onderschrijft. Uiteindelijk streven school en ouders hetzelfde doel na: wij willen de ontwikkeling van het kind zo optimaal mogelijk laten verlopen. Specifieke leefregels zijn apart beschreven en worden aan het begin van het schooljaar aan de leerlingen uitgereikt.

Leerlingenstatuut

Eijkhagen hanteert een Leerlingenstatuut dat de rechten en plichten van de leerlingen bevat en mogelijkheden aangeeft om de rechtspositie van leerlingen te verduidelijken en te verbeteren. Bij onenigheid over een door de school genomen beslissing, een getroffen voorziening en optreden door medewerkers of medeleerlingen biedt het statuut de mogelijkheid gebruik te maken van de klachtenregeling. Het leerlingenstatuut is te vinden onder het kopje 'actueel'. 

Schorsing en verwijdering van school

Bij overtreding van de schoolregels legt een afdelingsleider of lid van de locatiedirectie straf op. Indien leerlingen door hun gedrag in of buiten de school ernstige redenen tot ontevredenheid geven, kan de rector deze leerlingen met opgave van redenen voor een periode van ten hoogste een week schorsen. Het besluit tot schorsing wordt schriftelijk aan de betrokkene en aan de ouders/verzorgers meegedeeld. Indien de schorsing langer duurt dan een dag, wordt ook de inspectie in kennis gesteld. Bij ernstige inbreuk op schoolregels kan tot een onmiddellijk toegangsverbod tot de school besloten worden. Het in bezit hebben van wapens alsmede het in bezit hebben dan wel verhandelen van verdovende of geestverruimende middelen is ten strengste verboden. Verwijdering van school kan slechts geschieden door het bevoegd gezag op voordracht van de rector, echter niet dan nadat de desbetreffende leerling en zijn ouders/verzorgers van het voornemen op de hoogte zijn gesteld en hun gelegenheid is geboden hierover te worden gehoord. De beschrijving van de procedure bij schorsing en verwijdering is op aanvraag op verkrijgbaar de school.

Pesten

“Respect voor elkaar” is de eerste grondregel van Eijkhagen. Pesten staat haaks op deze grondregel en wordt binnen onze gemeenschap als een ernstige overtreding beschouwd. Pesten is immers schadelijk tot zeer schadelijk voor kinderen, zowel voor slachtoffers als pesters. In de school is het signaleren, voorkomen en oplossen van pestgedrag ieders verantwoordelijkheid: ieder kan een begin maken met het oplossen van het pestprobleem. Op basis van deze uitgangspunten volgt Eijkhagen een preventieve en repressieve aanpak van pesten. Tot de preventieve aanpak moet gerekend worden het creëren van een goede sfeer in de klas, zodat pesten als “not done” wordt ervaren. Deze goede sfeer wordt bevorderd door het organiseren van allerlei activiteiten zoals introductiedagen, feestavonden, schouwburgbezoeken en etentjes met de klasgenoten. Naast het creëren van een goede sfeer wordt er tijdens mentorlessen in de onderbouw structureel aandacht besteed aan de wijze waarop leerlingen met elkaar omgaan. Dit gebeurt door het verstrekken van informatie over wat pesten is en wat het betekent voor slachtoffers en pesters. Daarnaast wordt er met leerlingen over gediscussieerd. Op deze wijze wordt bij leerlingen een bewustwordingsproces in gang gezet. In het overleg tussen docenten en mentoren wordt regelmatig over pesten gesproken. Dit om alert te blijven op het verschijnsel pesten.

Wanneer de school te maken krijgt met welke vorm van pesten ook, wordt er binnen de mogelijkheden van de school actie ondernomen. De aard van de acties hangt sterk af van o.a. de vorm, de frequentie en de intensiteit van het pesten. Tot deze acties worden gerekend:

  • gesprekken met de pester (en zijn ouders), klas of groep om het gedrag van de pester te beïnvloeden
  • gesprekken met de ouders van de pester
  • gesprekken met het slachtoffer en zijn ouders om te bezien welke acties (begeleiding, training) ondernomen kunnen worden om de weerbaarheid van het slachtoffer te vergroten
  • maatregelen tegen de pester (afhankelijk van de vorm, de frequentie en de intensiteit variëren deze van het schrijven van een opstel tot schorsing en verwijdering van school)

Voor pestgedrag tussen leerlingen dat niet op school of tijdens schoolgebonden activiteiten plaatsvindt, is de school niet verantwoordelijk. Vanuit haar pedagogische opdracht zal de school evenwel in dit soort gevallen binnen haar mogelijkheden optreden (acties en maatregelen) om een einde te maken aan dat pestgedrag. Hierbij zal de medewerking van de ouders noodzakelijk zijn. Bij de uitvoering van het anti-pestbeleid wordt binnen de schoolorganisatie een strak tijdpad gehanteerd dat is vastgesteld in een officieel pestprotocol. Hierin staat vast wanneer de gesprekken zijn met de slachtoffers, pesters en volgers, wanneer er met ouders van de betrokkenen wordt gesproken en op welk moment geëvalueerd wordt.

De school heeft een zogeheten ‘anti-pestcoördinator aangewezen. Dat is mevrouw C. Roos. Zij is bereikbaar via het nummer van de school en via email: .

Veiligheid op school

Een veilige leer- en leefwereld is van primair belang voor alle leerlingen en medewerkers op school

Ondanks allerlei acties zoals opvoedkundige gesprekken, gedragsregels, anti-pestbeleid en sfeer bevorderende maatregelen, komt het helaas toch wel eens voor dat er op scholen gebeurtenissen plaatsvinden die de veiligheid niet ten goede komen en die tot de categorie strafbare feiten behoren. Hierbij kan gedacht worden aan diefstal, vernieling, mishandeling, gebruik of verhandelen van drugs. Binnen Parkstad hebben alle scholen voor voortgezet onderwijs een veiligheidsconvenant afgesloten. Het veiligheidsconvenant maakt deel uit van een aantal samenwerkingsafspraken met betrekking tot de veiligheid in en rondom de scholen binnen het voortgezet onderwijs. In het kader van het Veiligheidsconvenant zal op Eijkhagen regelmatig een agent aanwezig zijn. Deze schoolagent zal in eerste instantie preventief en adviserend te werk gaan. Bij echte problemen, bv. drugsbezit, zal hij echter ook ingeschakeld worden. In deze overeenkomst staat dat de school bij het plegen van een strafbaar feit op school in alle gevallen aangifte doet bij de politie. Bij het begaan van overtredingen kan de school aangifte doen. Het is dan de taak van de politie hiernaar onderzoek te doen en afhankelijk van de aard van het strafbaar feit of de overtreding te bepalen of dit “HALT-waardig” is of dat dit moet worden voorgelegd aan het Openbaar Ministerie. Aangezien veruit de meeste vergrijpen zoals zij in de overeenkomst staan, “HALT-waardig” zijn, zal een leerling die zich schuldig heeft gemaakt aan zo’n vergrijp, in contact gebracht worden met Bureau HALT. Hierbij zijn uiteraard de ouders betrokken. Bureau HALT bespreekt met de leerling en zijn ouders hoe dit gedrag voorkomen kan worden en legt een straf op. Deze straf, vaak het verrichten van minder leuke werkzaamheden, wordt doorgaans op school uitgevoerd. Als de leerling zich aan de met HALT gemaakte afspraken (werken en schade vergoeden) heeft gehouden, wordt de zaak als afgedaan beschouwd. Is dit echter niet het geval, dan stuurt Bureau HALT de zaak terug naar de politie. Deze maakt alsnog een proces-verbaal op, waarna vervolging door de officier van Justitie plaatsvindt. Voor de goede orde: leerlingen die met Bureau HALT in aanraking komen, krijgen geen strafblad. Er vindt wel registratie plaats ter controle op herhaling.

In het kader van de veiligheid op school, is tevens het geval dat:

  • er binnen de school interne en externe vertrouwenspersonen zijn aangesteld die mededelingen vertrouwelijk behandelen;
  • gebruik kan worden gemaakt van Bureau Slachtofferhulp;
  • de school een leerling die aangifte wil doen, begeleidt en ondersteunt, hulp en steun biedt aan leerlingen die slachtoffer dreigen te worden van een strafbaar feit.

 In het Veiligheidsconvenant dat de scholen in Parkstad met de politie hebben afgesloten, wordt uitgegaan van de volgende definities:

  • strafbare feiten zijn alle handelingen en gedragingen die op grond van enige Nederlandse wettelijke bepaling als misdrijf of overtreding strafbaar zijn gesteld.
  • wapens zijn voorwerpen die zijn aangewezen in de Nederlandse wapenwetgeving; de Wet wapens en munitie. Alle messen, ook eenvoudige zakmessen vallen hieronder.

Controle

De school is bevoegd ter controle op de naleving van verbodsbepalingen:

  • Leerlingen aan de kleding op de aanwezigheid van verboden voorwerpen te controleren.
  • De door de leerlingen meegevoerde voorwerpen op de aanwezigheid van verboden voorwerpen te controleren.
  • De door leerlingen in gebruik zijnde kasten of lockers op de aanwezigheid van verboden voorwerpen te controleren. De controles worden bij voorkeur door ten minste twee door de schoolleiding aangewezen personen uitgevoerd in aanwezigheid van de betrokken leerling.

Aangetroffen verboden voorwerpen

De school draagt aangetroffen wapens, drugs en illegaal vuurwerk over aan de politie. De school kan besluiten om aangetroffen alcohol, legaal vuurwerk of wapens die strafbaar zijn gesteld op grond van artikel 2 lid 1 categorie 4 onder 7 van de Wet wapens en munitie, aan de ouders van de betrokken leerlingen af te geven. Dit zijn voorwerpen die gelet op de omstandigheden waaronder zij worden aangetroffen en omdat ze geschikt zijn voor het bedreigen dan wel het toebrengen van letsel aan personen als wapen kunnen worden aangeduid. Voorbeelden hiervan zijn zakmessen en schroevendraaiers. Ook laserpennen zijn verboden.

 Aangifte bij de politie

  • De school doet aangifte bij de politie van misdrijven.
  • De school kan aangifte doen bij de politie van overtredingen.
  • De school doet aangifte bij de politie van wapenbezit op school.

Afhandeling

  • De school informeert de ouders van leerlingen die het schoolreglement hebben overtreden.
  • De school kan bij overtreding van het schoolreglement disciplinaire maatregelen tegen de betrokken leerlingen treffen.
  • De school kan eventuele schade, toegebracht aan de school, verhalen op de betrokken leerlingen en diens ouders.

De school kan administratie voeren van overtredingen van het schoolreglement.