Dynamisch onderwijs in een prettige en moderne leer- en leefomgeving

Nederlands

In het vmbo behoort het vak Nederlands tot het gemeenschappelijk deel van alle leerwegen. Van klas 1 tot en met klas vier wordt op onze school lesgegeven in het vak Nederlands.

Je leert onze taal op verschillende manieren te gebruiken:
Naast de opdrachten die we allemaal kennen van de basisschool, spelling, grammatica, het verschil tussen kleine letters en hoofdletters en het oefenen van een leesbaar handschrift, wordt ook bijvoorbeeld aandacht besteed aan het gebruik van hulpstrategieën om een briefje te schrijven. De leerling leert hulp te vragen aan een ander, of krijgt kant-en-klare hulpzinnen (taalmiddelen) aangeboden. Schrijfopdrachten als een kort briefje, een antwoordbon, schrift- en werkboekgebruik komen veelvuldig voor.

Niet alleen dagelijkse taken maar ook meer schoolse schrijftaken worden aangeboden met het oog op onderwerpen die in leerjaar 3 en 4 aan de orde komen. Bijvoorbeeld het schrijven van een verslag.

Het examen bestaat uit twee delen.

1. Het schoolexamen begint in leerjaar drie.
Tijdens leerjaar 3 en 4 worden onderwerpen behandeld als:

  • Oriëntatie op leren en werken.
  • Denk aan bijvoorbeeld het verwoorden van je eigen waarden en normen, waarom zijn boeken, films, gedichten, toneel en cabaret een zinvolle invulling van je vrije tijd?
  • Het leren van basisvaardigheden als het zelfstandig leren en werken, een planning maken, teksten begrijpend lezen en beluisteren, samenvatten, je aan afspraken houden, een eigen standpunt innemen en verdedigen, samen met anderen werk uitvoeren en presenteren.
  • Het leren van een aantal vaardigheden die bijdragen tot de ontwikkeling van het eigen leervermogen, vragen wat iets betekent, non-verbale middelen gebruiken.
  • Het aangeven van een doel van de makers van een programma
  • informatie geven
  • Amuseren
  • gevoelens uitdrukken
  • tot handelen aanzetten

  • Spreek en gespreksvaardigheid, taalgebruik, woordkeus, publiek, dialecten, uitleg geven, verslag uitbrengen, deelnemen aan een groeps- kring- of een klassengesprek.
  • Leesvaardigheid, globaal lezen, zoekend lezen, tekst- en alinea-indeling, tekstrelaties herkennen (bijv. oorzaak-gevolg, middel-doel)
  • Schrijfvaardigheid, informatie verzamelen, verwerken en verstrekken, zakelijke brief, sollicitatiebrief, werkstuk, fictiedossier.
  • Fictie in de vorm van een fictiedossier waarin hij/zij verslag uitbrengt van en reageert op gelezen/bekeken fictiewerken.

2. Aan het eind van leerjaar 4 volgt een Centraal Schriftelijk Examen waarin de onderdelen Functioneel schrijven en Leesvaardigheid getoetst worden.
 

Foto's

Nieuws

Nieuwsbrief

Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
>> aanmelden!